Sanctiebesluiten

Naast het afnemen van examens, organisatie en coördinatie van de tentamens en de beoordeling van de toegepaste procedures van de tentamens, is de Examencommissie tevens eindverantwoordelijk voor het stellen van regels voor de goede gang van zaken tijdens de tentamens en de in dat verband te nemen maatregelen.

Bij vermoedens van fraude en/of plagiaat wordt de Examencommissie op de hoogte gebracht door middel van een door de betreffende docent of afdelingshoofd opgesteld verslag. Naar aanleiding van dit verslag biedt de Examencommissie de student gelegenheid gehoord te worden. Vervolgens neemt de Examencommissie een besluit over een toe te passen sanctie.

Artikel 20 van het examenreglement stelt het volgende over fraude en plagiaat:

1. Onder fraude en plagiaat wordt verstaan ieder handelen of nalaten van een student waardoor een juist oordeel over zijn kennis, inzicht en vaardigheden, of die van een andere student, geheel of gedeeltelijk onmogelijk wordt.
2. Als fraude wordt in ieder geval aangemerkt:
a. tijdens het tentamen in het bezit zijn van hulpmiddelen (voorgeprogrammeerde rekenmachine, mobiele telefoon, boeken, syllabi, aantekeningen e.d.), waarvan de raadpleging niet uitdrukkelijk is toegestaan;
b. tijdens het tentamen afkijken of uitwisselen van informatie;
c. zich tijdens het tentamen uitgeven voor iemand anders;
d. zich tijdens het tentamen door iemand anders laten vertegenwoordigen;
e. zich voor de datum of het tijdstip waarop het tentamen zal plaatsvinden, in het bezit stellen van de opgaven van het desbetreffende tentamen;
f. het aanpassen, uitbreiden of veranderen van een examenonderdeel nadat het is ingeleverd voor definitieve beoordeling.
3. Als plagiaat wordt in ieder geval aangemerkt:
a. het gebruik maken dan wel overnemen van andermans teksten, gegevens of ideeën zonder volledige en correcte bronvermelding;
b. het niet duidelijk aangeven in de tekst, bijvoorbeeld via aanhalingstekens of een bepaalde vormgeving, dat tekst letterlijk aan werk van een andere auteur is ontleend, zelfs indien een correcte bronvermelding is opgenomen;
c. het parafraseren van de inhoud van andermans teksten zonder voldoende bronverwijzingen;
d. het indienen van een eerder ingediende of daarmee vergelijkbare (delen van een) tekst voor opdrachten van andere examenonderdelen;
e. het overnemen van werk van medestudenten en dit laten doorgaan voor eigen werk;
f. het indienen van werkstukken die verworven zijn van een commerciële instelling of die (al dan niet tegen betaling) door iemand anders zijn geschreven. Bij de detectie van plagiaat in teksten kan gebruik worden gemaakt van elektronische detectieprogramma’s. Met het aanleveren van de tekst geeft de student impliciet toestemming tot het opnemen van de tekst in de database van het betreffende detectieprogramma.


In studiejaar 2019/2020 zijn door de Examencommissie onder andere de onderstaande zaken behandeld.

Bij de Examencommissie is op 3 juli per e-mail een melding binnengekomen van dr. L.J.M Boer, vakcoördinator van het vak Volkenrecht. Daarin wordt gesteld dat het antwoord op de eerste vraag van het hertentamen Volkenrecht (juni 2020) van X sterke overeenkomsten vertoont met een eerder door een andere student ingeleverde opdracht. 
Bekijk het sanctiebesluit

Bij de Examencommissie is op 26 juni 2020 per e-mail een melding binnengekomen van D. Bökenkamp, docent van het vak Bachelorscriptie. Daarin wordt gesteld dat X mogelijk stukken heeft overgenomen uit een masterscriptie van Y van de Universiteit Utrecht in haar bachelorscriptie.
Bekijk het sanctiebesluit

Bij de Examencommissie is op 16 april 2020 per e-mail een melding binnengekomen van mr. drs. W. Hutten, vakcoördinator Fundamental Rights in Europe. Daarin wordt gesteld dat er een vermoeden van plagiaat is bij het nakijken van het tentamen Fundamental Rights in Europe afgenomen op 26 maart 2020 van X en van Y. 
Bekijk het sanctiebesluit / Bekijk het sanctiebesluit