Leergang Verbintenissenrecht

Programma-overzicht

In het uitgebreide overzicht ziet u welk thema in welk college aan bod komt. Zo krijgt u een goed beeld van de onderwerpen waarmee u aan de slag gaat.

College 1

Het karakter van het verbintenissenrecht en de centrale plaats van de redelijkheid en billijkheid Waarom is de argumentatie in een verbintenisrechtelijk geschil wezenlijk anders dan in een goederenrechtelijk geschil? Waarom is het gemakkelijker te bepleiten dat de uitleg van de wederpartij niet klopt dan dat zijn stellingen in strijd met de redelijkheid en billijkheid zijn? Gaat het om wat men wil of om welke indruk men heeft gewekt? Kan de vertegenwoordigde ook gebonden raken als iemand hem buiten zijn toedoen onbevoegd vertegenwoordigt?

Onderwerpen
• het verschil tussen goederen- en verbintenissenrecht;
• de centrale rol van de redelijkheid en billijkheid in het verbintenissenrecht;
• de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid;
• de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid;
• de uitlegfunctie van de redelijkheid en billijkheid;
• wils-vertrouwensleer;
• vertegenwoordiging.

College 2

Hoe ontstaat de overeenkomst en hoe moet hij worden uitgelegd? Komt een overeenkomst tot stand door aanbod en aanvaarding of kan een overeenkomst ook ‘sluipenderwijs’ ontstaan? Wat is het verschil tussen gerechtvaardigd totstandkomingsvertrouwen en de totstandkoming van een overeenkomst? Heeft de intentieovereenkomst een bijzondere status? Welke uitlegmaatstaf past bij welk type overeenkomst? Hoe legt de rechter in de praktijk overeenkomsten uit?

Onderwerpen
• totstandkoming van overeenkomsten;
• pre-contractuele fase;
• de intentieovereenkomst;
• uitleg van overeenkomsten

College 3

Het gaat mis met de overeenkomst. Wat kunnen partijen? Onder welke omstandigheden is een in gebreke stelling noodzakelijk? Hoe moet die luiden? Welke juridische middelen heeft de teleurgestelde crediteur? Is voor een geslaagd beroep op dwaling toerekening aan de wederpartij vereist? Wanneer kan een tekortkoming op grond van ‘verkeersopvattingen’ worden toegerekend? Hoe bepaalt men de schadevergoeding bij wanprestatie? Wanneer is een tekortkoming te gering om ontbinding te rechtvaardigen? Kan men naast ontbinding schadevergoeding vorderen? Hoe breed is de wijzigingsbevoegdheid van de rechter?

Onderwerpen
• in gebreke stellen;
• de klachtplicht;
• wilsgebreken;
• de toerekenbare tekortkoming;
• schadevergoeding;
• ontbinding van overeenkomsten;
• wijziging door de rechter.

College 4

Welke schade komt voor vergoeding in aanmerking? Welke typen causaal verband kennen we? Waarom is het debat over condicio sine qua non-verband feitelijk en het debat over toerekeningsverband normatief? Wat betekent dat voor de stellingen van partijen? In hoeverre verschillen de relativiteitsvereiste en de toerekeningsvereiste van elkaar? Hoe begroot de rechter in de praktijk schade? Wat zijn de belangrijke beperkingen van het recht op schadevergoeding? Wie draagt onder welke omstandigheden de bewijslast van het ontstaan of het ontbreken van causaal verband?

Onderwerpen
• conditio sine qua non verband;
• toerekeningsverband;
• schadevergoeding;
• bewijs van causaal verband.

College 5

Bijzondere contractenrechtelijke onderwerpen Onder welke omstandigheden en onder welke voorwaarden kan men een duurovereenkomst opzeggen? Wanneer bestaat de voor opschorting vereiste voldoende mate van samenhang? Moeten algemene voorwaarden altijd ter hand worden gesteld? Gelden algemene voorwaarden ook als vast staat dat de wederpartij ze niet kende? Kan men in een vaststellingsovereenkomst van dwingend recht afwijken?

Onderwerpen
• beëindiging van duurovereenkomsten;
• opschortingsrechten;
• algemene voorwaarden;
• de vaststellingsovereenkomst;
• een aantal veel voorkomende contractsbepalingen.

College 6

Wanneer is er aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad? Hoe wordt in de praktijk omgegaan met de onrechtmatigheidscategorie ‘strijd met de maatschappelijke betamelijkheid’? Kan een gedraging zowel onrechtmatig zijn als wanprestatie opleveren? Wat zijn de belangrijkste onrechtmatige gedragingen? Staat bij toerekening de daad of de dader centraal? Wat is de praktische betekenis van het relativiteitsbeginsel?

Onderwerpen
• onrechtmatigheid;
• samenloop met wanprestatie;
• een aantal in de rechtspraak uitgekristalliseerde onrechtmatige daden;
• toerekening;
• relativiteit. 


<< Ga terug naar de hoofdpagina Leergang Verbintenissenrech