Leergang Onderwijsrecht

Hoe gaat u aan de slag?


De leergang bestaat uit zes colleges van elk 2,5 uur en één afrondende bijeenkomst van 4 uur. De colleges worden zo ingepland dat steeds twee colleges op één dag plaatsvinden, vanaf 13.15 uur het eerste college en vanaf 16.15 uur het tweede college van die dag.

Tijdens deze leergang krijgt u kennis van en inzicht in het onderwijsrecht. Speciale aandacht is er voor de mate en vorm waarin dit recht het onderwijs en de organisatie daarvan in de praktijk beïnvloedt. U bereikt dit leereffect door het volgen van colleges, het lezen van de verrijkingsstof en het schrijven van een paper over een onderwijsrechtelijk vraagstuk dat uw interesse heeft en/of relevant is voor uw werkkring. Tijdens de leergang wisselt u actief uw ervaring met de wet- en regelgeving en bijbehorende jurisprudentie uit met de andere deelnemers.  Zo vergroot u uw netwerk met vakgenoten binnen het onderwijs, en past u de opgedane kennis direct toe in diverse praktijksituaties.

De leergang is opgezet voor een groep van maximaal 25 deelnemers.
Bij aanmelding voor deelname vult u een intakeformulier in. Daarop geeft u onder meer aan waar uw specifieke belangstelling naar uitgaat (leervraag) en over welk onderwerp u verwacht uw paper te schrijven. De docenten van de leergang gebruiken uw input bij de opzet van de colleges en verrijkingsstof. Bij elk college wordt ingegaan op de voortgang van de paper.

Colleges
Van u als deelnemer wordt verwacht dat u zich voorbereidt op de colleges door middel van het bestuderen van het aangereikte materiaal. U rondt uw voorbereiding voor elk college af door het beantwoorden van enkele pre-college-vragen. In de colleges wordt op deze vragen en antwoorden voortgebouwd. In de colleges worden afwisselende vormen van kennisoverdracht gehanteerd:  instructie, opdrachten, casuïstiek en gespreksvoering.

Verrijkingsstof
Tussentijds wordt u verdiepingsstof aangereikt door middel van aanvullende literatuur en verwijzingen naar kennisbronnen. De inhoud van de verdiepingsstof wordt afgestemd op de door u gestelde vragen, de thema's van de papers en op de discussie tijdens de colleges. 

Paper
U schrijft tijdens de leergang aan een korte onderwijsrechtelijk paper (2000 tot 3000 woorden). De paper gaat over een onderwerp dat uw interesse heeft en/of relevant is voor uw werkkring. Tijdens de colleges wordt ook aandacht besteed aan de voortgang van de paper. U ontvangt bij de start van de leergang de specificaties waaraan de paper moet voldoen en een format dat u kunt gebruiken bij het schrijven er van. De paper mag door maximaal twee deelnemers gezamenlijk worden gemaakt. Overleg hierover met de cursusleiding.