Publieke en private belangen in het financieel en ondernemingsrecht

Binnen dit programma wordt onderzoek gedaan naar financieel recht, ondernemingsrecht en fiscaal recht. Dat gebeurt in het bijzonder door in samenwerking met aan de Amsterdamse Zuidas gevestigde juridische en financiële dienstverleners in te zetten op een kruisbestuiving tussen theoretische inzichten en ervaringen en behoeften uit de praktijk. Het onderzoeksprogramma sluit nauw aan bij de eveneens in samenwerking met de genoemde partijen verzorgde masteropleiding “Ondernemingsrecht aan de Zuidas”. De aan het programma deelnemende onderzoekers komen uit het internationaal privaatrecht, fiscaal recht, vennootschapsrecht, pensioenrecht, intellectueel eigendomsrecht, vermogensrecht en de rechtshistorie.

Uitgangspunt is dat het recht tot doel heeft economische en maatschappelijke werkzaamheid, innovatie, en het effectief genot van grondrechten te bevorderen, met inachtneming van een diversiteit aan belangen. Het gaat hierbij om de belangen van werknemers, crediteuren, aandeelhouders en beleggers, maar ook om publieke belangen als het stimuleren van de economie, het hebben van een gunstig vestigingsklimaat voor ondernemingen, vertrouwen in het adequaat functioneren van financiële markten en het bewaken van ethische grenzen. Het onderzoek richt zich in het bijzonder op complexe maar concrete juridische dilemma's met een direct belang voor de praktijk en is daardoor niet alleen van tastbare betekenis voor het bedrijfsleven, maar ook voor partijen als de wetgever en tal van overheidsinstanties, de rechterlijke macht en rechtsbeoefenaren.

Een goed voorbeeld is de veranderende rol van toezichthouders in de financiële sector. Het debacle rond Icesave, de staatsinterventie bij diverse banken en meer in het algemeen de financiële crisis hebben maatschappelijk veel onrust veroorzaakt. Verschillende gremia op nationaal en internationaal niveau hebben zich gebogen over de oorzaken van de crisis en hebben oplossingsrichtingen aangedragen om een nieuwe crisis te voorkomen of - mocht zich een nieuwe crisis aandienen - daar beter tegen bestand te zijn. Dit heeft geleid tot wetgevingsinitiatieven die er op zijn gericht banken en financiële instellingen beter te equiperen tegen een mogelijke nieuwe financiële crisis. In dit programma wordt onderzocht wat het effect zal zijn op het functioneren van financiële instellingen en hoe de voorgestelde instrumenten en de rol van de toezichthouders zich tot het vennootschapsrecht verhouden. 

Programmaleider: prof. mr. J.L. (Lodewijk) Smeehuijzen

Meer informatie