Klachten en afwijkingen

In deze vraagstelling is gekozen voor het begrippenpaar ‘klachten’ ter aanduiding van de subjectieve klachten zoals die door de benadeelde worden gepresenteerd enerzijds, en ‘afwijkingen’ ter aanduiding van de door de medicus objectief vast te stellen gebreken in de gezondheid van de benadeelde anderzijds.

Onder andere de woorden ‘restverschijnselen’ en ‘stoornissen’ zijn na de nodige discussie verworpen. Het begrip ‘letsel’ wordt in de tegenstelling subjectief/objectief een neutrale betekenis toegedacht.

In eerdere versies van deze vraagstelling werd in plaats van het woord ‘afwijkingen’ nog de term ‘symptomen’ gebruikt. Daaraan lag de gedachte ten grondslag dat het begrip ‘afwijkingen’ toch nog een subjectief element bevat. Men kan dit namelijk zo opvatten dat het antwoord op de vraag wanneer sprake is van ‘afwijkingen’ mede afhangt van de interpretatie van de beoordelaar. Het begrip ‘symptomen’ lijkt dan objectiever. Naar aanleiding van kritische reacties is inmiddels toch weer gekozen voor ‘afwijkingen’. Terecht is erop gewezen dat ook het begrip ‘symptomen’ niet ontkomt aan de mogelijkheid van subjectieve invulling. Zo is ‘pijn’ een symptoom te noemen terwijl zij maar zelden objectief vast te stellen zal zijn.

Het begrip ‘afwijkingen’ is als objectieve tegenhanger van ‘klachten’ nog het meest ingeburgerd, en daarom sluit de gewijzigde versie van de vraagstelling daar bij aan.

Lees voor andere terminologische problemen de toelichting waarom geen gebruik wordt gemaakt van de 'criteria' uit het arrest Zwolsche Algemeene / De Greef hier beneden. 

 

De criteria uit het arrest Zwolsche Algemeene/De Greef

‘Aanwezig, reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven’: de ‘criteria’ uit het arrest Zwolsche Algemeene/De Greef (HR 8 juni 2001, LJN AB2054, NJ 2001, 433).

In deze vraagstelling wordt geen gebruik gemaakt van de ‘criteria’ uit het arrest Zwolsche Algemeene/De Greef, namelijk of de klachten ‘aanwezig, reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend, en niet overdreven zijn’. Deze criteria zijn namelijk niet adequaat.

Voor een deel zijn deze criteria moeilijk te operationaliseren. Wat is ‘reëel’? Hoe kan dat ‘objectief’ worden vastgesteld? Voor een deel zijn zij juridisch gezien niet houdbaar. Ook als klachten ‘ingebeeld’ en ‘overdreven’ zijn staat dat niet aan toerekening in de weg, namelijk voorzover dat inbeelden en overdrijven wordt ingegeven door de persoonlijkheidsstructuur van de betrokkene. Dat volgt uit leerstuk van de predispositie, zie A.J. Akkermans, Causaliteit bij letselschade en medische expertise, TVP 2003, p. 93-104. En ‘aanwezig’ zijn de te onderzoeken klachten per definitie: een medicus zal ‘klachten’ opvatten als de subjectieve klachten die door de betrokkene worden gepresenteerd.

Voorts brengen deze criteria het risico mee op misverstanden tussen juristen en medici. ‘Reëel’, ‘ingebeeld’, ‘voorgewend’ en ‘overdreven’ zijn door juristen gebruikte woorden die als zodanig geen medische vaktermen zijn.

Als het bijvoorbeeld gaat om overdrijving ziet men medici vaak aansluiting zoeken bij de term ‘aggravatie’. Als sprake is van ‘aggravatie’ in medische zin betekent dat echter nog niet dat sprake is van hetgeen de juristen willen verifiëren, namelijk wat zou kunnen worden omschreven als kwade trouw, in de zin dat de patiënt zich van zijn overdrijven bewust is en er desgewenst ook mee zou kunnen stoppen. ‘Aggravatie’ in de zin die medici daaraan hechten kan ook plaatsvinden zonder dat de patiënt zich daarvan bewust is en zonder dat hij grip heeft op het onderliggende krachtenspel. Voorzover aggravatie in dienst staat van het bereiken van een bepaald doel, zoals materiële of financiële compensatie, aandacht van de omgeving, en het ontslagen worden van taken en plichten, spreken medici wel van ‘ziektewinst’. Die term is ontleend aan psychoanalytische beschouwingen en gaat per definitie terug tot onbewuste drijfveren in de zin van een krachtenspel waar de patiënt geen besef van en grip op heeft.

Van de vijf door het hof in Zwolsche Algemeene/De Greef gebezigde begrippen lijkt ‘voorgewend’ nog de meest solide term. De medicus zal waarschijnlijk aansluiting zoeken bij de term ‘simulatie’. Daarbij speelt het probleem dat de grens tussen aggraveren en simuleren in de praktijk niet zo scherp is als in theorie het geval is. Maar qua terminologie brengt ‘voorgewend’ waarschijnlijk nog het minste risico op begripsverwarring mee. Toch zou het beter zijn om gewoon de term ‘simulatie’ te gebruiken. Deze vraagstelling bevat momenteel geen vraag die betrekking heeft op de mogelijkheid van simulatie. Eén van de redenen daarvoor is het voor de benadeelde nogal bruuskerend zou zijn om standaard naar mogelijke simulatie te informeren, d.w.z. ook wanneer daarvoor geen enkele concrete aanleiding bestaat.