Vraagstelling causaal verband bij ongeval (onderdeel 1-3)

                                                   Versie: januari 2010 

Specifieke toelichting bij de nieuwe versie van de vraagstelling

Deze vraagstelling is ontwikkeld door de Projectgroep Medische deskundigen in de rechtspleging van de Vrije Universiteit in samenwerking met de Interdisciplinaire Werkgroep Medische Deskundigen (IWMD). Deze nieuwe versie van de vraagstelling dateert van januari 2010 en houdt aanzienlijke wijzigingen in ten opzichte van de voorgaande versie die dateert van augustus 2005. Er is aansluiting gezocht bij de Richtlijn Medisch Specialistische Rapportage (RMSR) van de Werkgroep Medisch Specialistische Rapportage (WMSR) en de KNMG. Andere aanpassingen zijn gedaan op basis van opgedane ervaringen met de vorige versie (zie het overzicht van wijzigingen met toelichting). Ook met betrekking tot de huidige versie houden Projectgroep en IWMD zich aanbevolen voor opmerkingen en reacties. Ook uw reactie op deze vraagstelling wordt op prijs gesteld, indien u professioneel bij expertises bent betrokken. U kunt uw reactie geven via het contactformulier.

Deze nieuwe versie van de vraagstelling is nog niet volledig afgerond. Er wordt met name nog verder nagedacht over een verbetering van de vraag naar beperkingen. In de nieuwe vraag naar beperkingen (vraag 1g) wordt thans wel al gesproken over het gebruik van een beperkingenformulier. Ook dit beperkingenformulier is momenteel in ontwikkeling en op dit moment dus helaas nog niet beschikbaar. Bij gebruik van de nieuwe versie van de vraagstelling kan vraag 1g worden opgenomen zonder de woorden ['in het bijgesloten beperkingenformulier'].  

Toepassingsgebied

Onderstaande vraagstelling ziet op het causaal verband bij een ongeval. Kenmerkend aan deze situatie is dat vaststaat dat de benadeelde een ongeval is overkomen maar dat ter discussie staat wat daarvan de gevolgen zijn. Deze vraagstelling is niet geschikt voor het vaststellen van causaal verband in andere situaties, zoals bijvoorbeeld in geval van beroepsziekten of medische kunstfouten.

Voorts gaat het hier om niet meer dan een raamwerk. Voor ieder individueel geval moet worden nagegaan of aanpassingen van de vraagstelling nodig zijn. Ook moet steeds worden bezien of er nog specifiek met dat geval verband houdende vragen moeten worden toegevoegd. Bij een psychiatrische expertise bijvoorbeeld, ligt het minder voor de hand om te spreken van ‘lichamelijk’ onderzoek. Hetzelfde kan spelen met betrekking tot de term ‘letsel’. Uiteraard kan bovendien een vrouwelijke vorm zijn geboden waar hier een mannelijke wordt gebruikt.

Hieronder volgt de tekst van de meest recente vraagstelling met de daarbij behorende toelichting (waarvan het de bedoeling is dat de deskundige deze ook te zien krijgt). De tekst en toelichting van de vraagstelling bevatten hyperlinks die behulpzaam kunnen zijn bij het gebruik van de vraagstelling. Er wordt dan ook aanbevolen de deskundige te verwijzen naar onderstaande digitale versie van de vraagstelling. In de praktijk blijkt echter ook behoefte te zijn aan een Word-versie van de vraagstelling. Klik hier voor een Word-versie van de vraagstelling zoals die aan de deskundige kan worden voorgelegd.  

VRAAGSTELLING CAUSAAL VERBAND BIJ ONGEVAL

Algemene toelichting

Deze vraagstelling is bedoeld om niet-medici die zich bezighouden met de afwikkeling van letselschade inzicht te geven in de medische uitgangspunten die van belang zijn bij het bepalen van de omvang van de schade die de onderzochte heeft geleden (en in de toekomst mogelijk zal lijden) als gevolg van een ongeval. Deze schade wordt in het civiele aansprakelijkheidsrecht vastgesteld aan de hand van een vergelijking tussen de gezondheidstoestand van de onderzochte zoals die na het ongeval is ontstaan en zich waarschijnlijk in de toekomst zal voortzetten (de situatie met ongeval) en de hypothetische situatie waarin de onderzochte zich zou hebben bevonden als het ongeval nooit had plaatsgevonden (de situatie zonder ongeval).

Deze systematiek vormt de grondslag van deze vraagstelling. Onderdeel 1 heeft betrekking op de gezondheidstoestand en het functioneren van de onderzochte in de situatie met ongeval. In onderdeel 2 wordt aan de deskundige gevraagd zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven hoe de gezondheidstoestand en het functioneren van de onderzochte in de hypothetische situatie zonder ongeval zouden zijn geweest. De gezondheidssituatie van de onderzochte voorafgaand aan het ongeval is relevant voor de beoordeling van beide situaties.

Bij het opstellen van deze vraagstelling is aansluiting gezocht bij de Richtlijn Medisch Specialistische Rapportage (RMSR). In deze richtlijn is geformuleerd aan welke eisen een deskundige en diens rapportage moeten voldoen. De richtlijn is bedoeld als hulpmiddel voor deskundigen bij het uitvoeren van hun werkzaamheden. De deskundige wordt verzocht de aanbevelingen en bepalingen in de richtlijn – zo veel als mogelijk – in acht te nemen.

1. DE SITUATIE MET ONGEVAL

Anamnese (aanbeveling 2.2.4 RMSR)
a. Hoe luidt de anamnese voor wat betreft de aard en de ernst van het letsel, het verloop van de klachten, de toegepaste behandelingen en het resultaat van deze behandelingen? Welke overige klachten en beperkingen op uw vakgebied worden desgevraagd gemeld? Wilt u in uw anamnese vermelden welke beperkingen op uw vakgebied de onderzochte aangeeft in relatie tot de activiteiten van het algemene dagelijkse leven (ADL), loonvormende arbeid en het uitoefenen van hobby’s, bezigheden in recreatieve sfeer en zelfwerkzaamheid?

Medische gegevens (aanbeveling 2.2.6 RMSR)
b. Wilt u op basis van het medisch dossier van de onderzochte een beschrijving geven van:
-  de medische voorgeschiedenis van de onderzochte op uw vakgebied;
-  de medische behandeling van het letsel van de onderzochte en het resultaat daarvan.

Medisch onderzoek (aanbeveling 2.2.5 en aanbeveling 2.2.7 RMSR)
c. Wilt u een beschrijving geven van uw bevindingen bij lichamelijk en eventueel hulponderzoek?

Consistentie (aanbeveling 2.2.8 RMSR)
d. Is naar uw oordeel sprake van een onderlinge samenhang als het gaat om de informatie die is verkregen van de onderzochte zelf, de feiten zoals die uit het medisch dossier naar voren komen en uw bevindingen bij onderzoek en eventueel hulponderzoek?
e. Voor zover u de vorige vraag ontkennend beantwoordt, wilt u dan aangeven wat de reactie was van de onderzochte op de door u geconstateerde inconsistenties en welke conclusies u daaruit trekt?

Diagnose (aanbeveling 2.2.15 RMSR)
f. Wat is de diagnose op uw vakgebied? Wilt u daarbij uw differentiaaldiagnostische overweging geven?

Beperkingen (aanbeveling 2.2.17 en aanbeveling 2.2.18)
g. Welke beperkingen op uw vakgebied bestaan naar uw oordeel bij de onderzochte in zijn huidige toestand, ongeacht of de beperkingen voortvloeien uit het ongeval? Wilt u deze beperkingen zo uitgebreid mogelijk beschrijven, op semi-kwantitatieve wijze weergeven [in het bijgesloten beperkingenformulier] en zo nodig toelichten ten behoeve van een eventueel in te schakelen arbeidsdeskundige?

Medische eindsituatie (aanbeveling 2.2.14 RMSR)
h. Acht u de huidige toestand van de onderzochte zodanig dat een beoordeling van de blijvende gevolgen van het ongeval mogelijk is, of verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van het op uw vakgebied geconstateerde letsel?
i. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?
j. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?
k. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 1g)?

2. DE SITUATIE ZONDER ONGEVAL

Meestal zal het niet mogelijk zijn om onderstaande vragen (met name de vragen 2c - 2e) met zekerheid te beantwoorden. Van u wordt ook niet gevraagd zekerheid te bieden. Wel wordt gevraagd of u vanuit uw kennis en ervaring op uw vakgebied uw mening wilt geven over kansen en waarschijnlijkheden. Het is dus de bedoeling dat u aangeeft wat u op grond van uw deskundigheid op uw vakgebied op deze vragen kunt antwoorden (aanbeveling 2.2.14 en aanbeveling 2.2.16 RMSR).

Klachten, afwijkingen en beperkingen voor ongeval
a. Bestonden voor het ongeval bij de onderzochte reeds klachten en afwijkingen op uw vakgebied die de onderzochte thans nog steeds heeft?
b. Zo ja, kunt u dan aangeven welke beperkingen (aanbeveling 2.2.17 en aanbeveling 2.2.18 RMSR) voor het ongeval uit deze klachten en afwijkingen voortvloeiden en thans nog steeds uit deze klachten en afwijkingen voortvloeien?

Klachten, afwijkingen en beperkingen zonder ongeval
c. Zijn er daarnaast op uw vakgebied klachten en afwijkingen die er ook zouden zijn geweest of op enig moment ook hadden kunnen ontstaan, als het ongeval de onderzochte niet was overkomen?
d. Zo ja (dus zonder ongeval ook klachten), kunt u dan een indicatie geven met welke mate van waarschijnlijkheid, op welke termijn en in welke omvang de klachten en afwijkingen dan hadden kunnen ontstaan?
e. Kunt u aangeven welke beperkingen (aanbeveling 2.2.17 en aanbeveling 2.2.18 RMSR) uit deze klachten en afwijkingen zouden zijn voortgevloeid?
f. Verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van de op uw vakgebied geconstateerde niet-ongevalsgerelateerde klachten en afwijkingen?
g. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?
h. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?
i. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 2e)?

3. OVERIG (aanbeveling 2.2.11 RMSR)

a. Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor het verdere verloop van deze zaak?

Klik hier voor een optionele vraag naar overige aspecten van de hypothetische situatie zonder ongeval (onderdeel 4) en een optionele vraag naar het genezingsproces en de opstelling van de betrokkene daarin (onderdeel 5).