Het blokkeringsrecht

De onduidelijke reikwijdte van het blokkeringsrecht
Het blokkeringsrecht uit artikel 7:464 lid 2 onder b BW is een onderwerp dat al geruime tijd onderhevig is aan tegenstrijdige rechtspraak en onenigheid in de literatuur over de reikwijdte en de interpretatie van dit artikel. Deze ontwikkelingen worden kritisch door de projectgroep gevolgd en hebben geresulteerd in diverse publicaties: 

Daarnaast heeft de projectgroep een overzicht van expertises waarin het blokkeringsrecht wel en niet van toepassing is opgesteld.

Ook in letselschadezaken heeft aanvankelijk onduidelijkheid bestaan over de toepasselijkheid van het blokkeringsrecht. Na twee uitspraken van de Hoge Raad is inmiddels duidelijk dat het blokkeringsrecht in ieder geval van toepassing is op (onafhankelijke) expertises in het kader van letselschadezaken. Daarbij is niet van belang of het gaat om een expertise in opdracht van de rechter of een buitengerechtelijke expertise in opdracht van beide partijen.
Op 26 maart 2004 besliste ons hoogste rechtscollege dat aan degene die in het kader van een gerechtelijke procedure door een onafhankelijke medische deskundige wordt onderzocht een beroep toekomt op het zogenaamde blokkeringsrecht. Dit houdt in dat de betrokkene na de totstandkoming van het deskundigenrapport het recht heeft om als eerste de uitslag en de gevolgtrekking van een medische keuring te vernemen, zodat hij kan beslissen of het rapport aan anderen mag worden toegezonden. Uitoefening van het blokkeringsrecht heeft wel een prijs: betrokkene moet er rekening mee houden dat hij in bewijsnood kan komen te verkeren. Met dit arrest werd duidelijk dat betrokkenen in letselschadezaken een beroep op het blokkeringsrecht toekomt ten aanzien van adviezen van onafhankelijke medische deskundigen die opereren in opdracht van beide partijen. 
In een tweede arrest van 12 augustus 2005 besliste de Hoge Raad dat het blokkeringsrecht ook van toepassing is bij een buitengerechtelijke expertise, dat wil zeggen een expertise niet in opdracht van de rechter, maar van beide partijen gezamenlijk.

Met deze uitspraken zijn de problemen rondom (de toepassing van) het blokkeringsrecht in de letselschadebranche echter nog niet de wereld uit. Allereerst roepen voornoemde arresten een aantal nieuwe, vooral praktische, vragen op. Op welk moment in de procedure moet het blokkeringsrecht worden uitgeoefend? Hoe verhoudt het blokkeringsrecht zich tot het maken van opmerkingen en het doen van verzoeken in de zin van artikel 198 lid 2 Rv? Wat is de inhoud en omvang van het blokkeringsrecht? Zie hiervoor onder meer M.H. Elferink, Aanbeveling voor de procedure voor een medisch deskundigenbericht, TVP 2005 (2), pp. 40-48. 
Daarnaast is in de literatuur en jurisprudentie niet helder uitgekristalliseerd of het blokkeringsrecht ook geldt in medische aansprakelijkheidszaken en of er wellicht ook een blokkeringsrecht geldt ten aanzien van adviezen van de medisch adviseur van de verzekeraar (of door hem ingeschakelde medische deskundigen. Zie over deze onderwerpen A. Wilken, De onduidelijke reikwijdte van het blokkeringsrecht: wetsvoorstel cliëntenrechten zorg biedt geen oplossing, TVP 2009 (4), pp. 129-138 en A. Wilken, De doolhof van het blokkeringsrecht.Expertise en Recht, 2011(4), 135-141.


Praktische consequenties: een Aanbeveling
De praktische consequenties van het blokkeringsrecht is één van de onderwerpen van een door de Projectgroep ontwikkelde Aanbeveling voor de procedure voor een medisch deskundigenbericht ten behoeve van expertiserend artsen. Zie hierover onder De procedure voor de totstandkoming van een medisch deskundigenbericht.

 
Vragen of suggesties?
Neem contact op met de secretaris van de Projectgroep.