Seksuele dwang en ernstige delinquentie bij meisjes

Onderzoekers 
Anne-Marie Slotboom
Jan Hendriks

Beschrijving
Uit het beschikbare onderzoek naar meisjes  die zedendelicten hebben gepleegd, komt naar voren dat algemeen wordt aangenomen dat het percentage meisjesdaders ten opzichte van het totaal aantal jeugdige zedendelinquenten gering is. Er zijn echter weinig gegevens bekend over prevalentie en risicofactoren  die samenhangen met zedendelicten gepleegd door meisjes en vrouwen (Hendriks & Slotboom, 2006). Ongetwijfeld is er sprake van een groot dark number waardoor  slechts het spreekwoordelijke topje van de ijsberg bekend is bij justitie en/of hulpverlenende instanties. Zelfrapportage onderzoeken bevestigen  het vermoeden dat er in werkelijkheid meer van dit soort delicten door meisjes wordt gepleegd. Mogelijk dat meisjes relatief vaker heel jonge slachtoffers kiezen, waardoor de kans op ontdekking relatief  kleiner is. Daarnaast zullen mannelijke slachtoffers, uit schaamte, waarschijnlijk niet zo snel aangifte doen tegen een vrouwelijke dader. Aangifte doen tegen een meisje/vrouw past niet in het heersende denkbeeld dat mannen dominanter zijn op seksueel vlak dan vrouwen. Het voorafgaande impliceert dat uitspraken over meisjes die zedendelicten plegen vooral tentatief van aard zijn en dat de generaliseerbaarheid van bevindingen beperkt is.
Uit een zelfrapportage onderzoek verricht door Krahé et al. (2003) blijkt dat, binnen een willekeurig samengestelde groep van 248 vrouwen met een gemiddelde leeftijd van 18 jaar (spreiding 15-24), bijna 10% rapporteert dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan het gebruik van agressieve strategieën om een man te dwingen tot het verrichten of toestaan van seksuele handelingen. In Nederland is nog nauwelijks onderzoek gedaan op dit terrein. In dit onderzoek willen we de prevalentie van seksuele dwang onder jongens en meisjes in verschillende risicogroepen onderzoeken. Bovendien willen we onderzoeken in hoeverre het onderzoek van Krahé te repliceren is in Nederland en in hoeverre specifieke traumatische ervaringen te relateren zijn aan seksuele dwang.  Tevens wordt naar aanleiding van eerder literatuuronderzoek (Hendriks en Slotboom, 2007) onderzocht in hoeverre meisjes die dwang gebruiken, in achtergrond lijken op meisjes die (ernstige) geweldsdelicten plegen.

Onderzoeksvraag
Het onderhavige onderzoek richt zich op de vraag in hoeverre meisjes en jongens in Nederland zich schuldig maken aan seksuele dwang en welke factoren mogelijk een verklaring bieden voor dit gedrag. Tevens kijken we in hoeverre  deze groep verschilt van meisjes en jongens die ernstig gewelddadig gedrag laten zien.

Methode
Kwantitatief onderzoek: vragenlijstonderzoek bij jongens en meisjes in Justitiële Jeugd Inrichtingen en middelbare scholen.

Relevante publicaties

  • Hendriks, J. (2003). Meisjes als zedendelinquent. Een exploratieve studie. Tijdschrift voor  Criminologie, 45(4), 401-412.
  • Hendriks, J. & Slotboom, A. (2007). ‘Meisjes die zedendelicten plegen; een aparte
     categorie?’, in: A. Ph. van Wijk, R. A. R. Bullens & P. van den Eshof (red.),  Facetten van zedencriminaliteit. ’s Gravenhage: Reed Business Information bv,  403- 410