VIDI-BEURS CRIMINOLOOG BARBORA HOLÁ VOOR ONDERZOEK NAAR INTERGENERATIONELE NALATENSCHAPPEN VAN MASSAGEWELD

NWO heeft aan 81 ervaren onderzoekers een Vidi-financiering van 800.000 euro toegekend.

05-11-2020 | 13:15

Daarvan zijn er zeven van de VU/Amsterdam UMC, locatie VUmc. Hiermee kunnen zij een eigen, vernieuwende onderzoekslijn ontwikkelen en zelf een onderzoeksgroep opzetten. Één van de gelukkige is criminoloog Barbora Holá. 

Holá, van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving, krijgt de Vidi voor haar onderzoek Van het verleden terug naar de toekomst: Intergenerationele nalatenschappen van massageweld.

Als de massale wreedheden voorbij zijn, proberen samenlevingen het geweld achter zich te laten en verder te gaan. Er zijn echter nog steeds erfenissen van massaal geweld die effect hebben op individuen, hun families en gemeenschappen. Het effect van wreedheden worden overgedragen op volgende generaties, die het geweld niet rechtstreeks hebben meegemaakt. Dit terwijl de geschiedenis van oorlogen, genocide of onderdrukking een van de belangrijkste voorspellers van toekomstig geweld zijn. Om erfenis van massale wreedheden aan te pakken, hebben samenlevingen, vaak op grote schaal, verschillende mechanismen voor overgangsrechtspraak geïmplementeerd, waaronder strafprocessen of zuiveringen. Dergelijke mechanismen zijn niet alleen bedoeld om het gewelddadige verleden aan te pakken, maar ook om een vreedzame en welvarende toekomst voor de komende generaties te creëren.

In dit project getiteld “Transitional Punishment: Moderating Legacies of Mass Atrocities? Een casestudy van Bosnië en Herzegovina en Tsjechië” onderzoekt Holá welke rol mechanismen voor overgangsjustitie, zoals strafprocessen of zuiveringen, spelen bij de intergenerationele overdracht van erfenissen van massale wreedheden binnen families en gemeenschappen. Twee promovendi, een postdoc en de teamleider zullen originele enquêtes, interviews en focusgroepen ontwikkelen en uitvoeren, om zo de impact te onderzoeken van ‘doen van transitional justice’ op leden van jonge generaties die het geweld niet hebben meegemaakt. De bevindingen zullen niet alleen academisch relevant zijn, maar ook voor post-conflict vredesopbouw en evaluatie van transitional justice praktijken. Gezien deze focus, zal het project de nadruk van de faculteit op empirische juridische studies en het onderzoek van het Centre for International Criminal Justice naar transitional justice en de werking en impact ervan, verder versterken en ontwikkelen.