Britta van Beers benoemd tot URC-hoogleraar

Per 1 januari benoemt de VU rechtsfilosofe Britta van Beers tot hoogleraar in het University Research Chair (URC) programma.

26-11-2019 | 12:30

URC-programma

Met het URC-programma erkent de VU uitmuntende wetenschappers als aankomend leiders in hun vakgebied. Zij worden geselecteerd vanwege hun excellentie en potentie voor de toekomst.

Onderwijs & Onderzoek

Centraal in het onderwijs en onderzoek van Britta van Beersen staan de juridische en ethische vragen die worden opgeroepen door ontwikkelingen op het terrein van de medische biotechnologie. Wat doen biomedische technologieën met ons persoon- en menszijn? En wat betekent dat voor de taak van recht en ethiek bij de regulering van biomedische ontwikkelingen? van Beers: "Als jurist en filosoof is het een feest om me met biomedisch recht bezig te mogen houden. De medische biotechnologie confronteert de rechtsorde met nieuwe, fundamentele en complexe rechtsvragen, die niet te beantwoorden zijn door enkel het positieve recht te bestuderen, maar een interdisciplinaire benadering vergen. Een treffend voorbeeld is kiembaanmodificatie. Met oudere technieken kon je al een bepaald type kind selecteren, maar met kiembaanmodificatie wordt het technologisch mogelijk om je toekomstige kind ook genetisch te modificeren. Iets meer dan een jaar geleden werden in China genetisch gemodificeerde tweelingzussen geboren door toedoen van de Chinese biofysicus He Jiankui. Zulke genetische wijzigingen worden ook aan toekomstige generaties doorgegeven. In die zin gaan zij de hele mensheid aan, zoals de Raad van Europa en UNESCO in regelgeving stellen. Daarnaast blijkt uit die regelgeving dat wordt gevreesd voor aantastingen van de menselijke waardigheid, zodra het mogelijk wordt dat de ene mens de andere mens gaat ontwerpen. In Nederland is deze techniek vooralsnog verboden, maar de regelgeving staat onder druk."

Het vakgebied

"Veel technologieën die de medische biotechnologie voortbrengt worden gezien als een ‘disruptive technology’. Op juridisch niveau wordt die ‘disruptie’ zichtbaar doordat dat de technologie in kwestie bestaande juridische kernwaarden of -begrippen ter discussie stelt. Een terugkerende vraag onder wetenschappers die zich met deze thema’s bezighouden is dan ook of men bij de regulering van technologische ontwikkelingen kan volstaan met het bestaande juridische denkkader, of dat er nieuwe concepten en beginselen tot stand moeten worden gebracht. Daarnaast vind ik spannend dat regelgeving op dit terrein tot stand komt in een ethisch en politiek-maatschappelijk krachtenveld. Als rechtswetenschapper en rechtsfilosoof zie ik het als mijn taak om de juridische begrippen en waarden die in het geding zijn bij deze kwesties te identificeren door een rechtswetenschappelijke en rechtsfilosofische analyse van het recht op dit terrein; en vervolgens deze juridische begrippen en waarden te doordenken in relatie tot de ethische en maatschappelijke debatten die worden gevoerd."

Toekomst

"De ontwikkelingen op dit terrein gaan keihard. Er zijn dan ook veel vraagstukken die me op het moment fascineren. Zo ben ik betrokken bij een project over het fenomeen fertiliteitsfraude: sjoemelende fertiliteitsartsen die bijvoorbeeld in het geheim hun eigen sperma gebruiken voor kunstmatige bevruchting. Dat roept allerlei vragen op over de aansprakelijkheid van deze artsen, zowel straf- als privaatrechtelijk. Daarnaast ben ik bezig met onderzoek naar het gebruik van algoritmen bij menselijke voortplanting. Meer algemeen ben ik geïnteresseerd in de opkomst van wat je een wereldwijde genetische supermarkt zou kunnen noemen. Daar worden onder meer allerlei genetische tests op commerciële basis aangeboden, hetgeen bestaande juridische kaders onder druk zet. Andere onderwerpen waarmee ik me wil bezighouden zijn de betekenis van beginselen als autonomie en menselijke waardigheid in de context van brain-computer-interfaces (onder meer Elon Musk en Facebook hebben plannen in die richting), en de voorstellen tot herziening van wetgeving met betrekking tot draagmoederschap."

Eerste leerstoel snijvlak recht, ethiek en biotechnologie

De leerstoel is verder ook nog eens uniek in zijn soort. van Beers: "In Nederland bestaat er nog geen enkele leerstoel op het snijvlak van recht, ethiek en biotechnologie, en in het buitenland nog maar weinig. Dat ik de eerste ben in Nederland met zo’n leerstoel, en ook nog eens de URC, is een enorme eer! Wat ik ook erg mooi vind aan de leerstoel is het universiteitsbrede karakter ervan. Met mijn URC wil ik graag de onderzoekssamenwerking binnen en buiten de faculteit aangaan en uitbouwen."

Nieuwsgierig wie er per 1 januari nog meer benoemd wordt? Dat lees je hier