Hylkje de Jong per 1 december hoogleraar Rechtsgeschiedenis

Hylkje de Jong, universitair docent Rechtstheorie en Rechtsgeschiedenis, zal per 1 december benoemd worden tot hoogleraar Rechtsgeschiedenis.

26-11-2019 | 12:30

Achtergrond

"Ik heb Klassieke Talen en Algemene Taalwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam gestudeerd en daarnaast Rechten en Filosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen; in alle vier ben ik afgestudeerd. In Groningen ben ik op het proefschrift Stephanus en zijn Digesten-onderwijs gepromoveerd. Sinds 2006 werk ik bij de afdeling Rechtstheorie en Rechtsgeschiedenis van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de VU Amsterdam. Mijn verschillende studies vinden een synthese in mijn onderzoek: de Griekse en Latijnse teksten kan ik zowel filologisch als juridisch analyseren, wat een verrijking van de interpretatie ervan betekent, terwijl met name bij de Byzantijnse commentaren mijn filosofische studie goede diensten bewijst."

Vakgebied Rechtsgeschiedenis 

"Het vak Rechtsgeschiedenis is interessant, omdat het de continuïteit en de discontinuïteit in het recht bestudeert. Het hedendaagse recht is namelijk het (tijdelijke) resultaat van een eeuwenlange ontwikkeling. Het recht is dus een dynamisch fenomeen. Inzicht in bepaalde tendensen maakt het mogelijk dat het recht als tot op zekere hoogte kan worden voorspeld. De bestudering van het recht in termen van continuïteit en discontinuïteit maakt het vak ook multidisciplinair. De ontwikkeling van rechtsnormen kan namelijk alleen worden begrepen in samenhang met de ontwikkeling van de direct relevante omstandigheden uit de maatschappelijke en de historische context. Ook zit de multidisciplinariteit in de toegankelijkheid van de oudere bronnen. Het vergt kennis van onder andere het Latijn, het Grieks of de paleografie. Bovendien is Rechtsgeschiedenis een vak dat breder is dan Nederland, omdat het ook in andere Europese landen wordt beoefend en omdat bepaalde ontwikkelingen alleen in Europees verband goed bezien kunnen worden. Mijn onderzoek zal zich met name richten op het materiële Byzantijnse recht en de receptie van het Romeinse recht in Friesland in de vroegmoderne tijd." 

Hoogleraarschap

"In het onderwijs wil ik de nadruk leggen op het feit dat recht een dynamisch fenomeen is. Continuïteit en discontinuïteit in het recht zullen daarbij centraal staan. Daarnaast wil ik aandacht geven aan het feit dat de beoefening van de Rechtsgeschiedenis ook een Europees fenomeen is."

Haar oratie zal op 14 februari om 15.45 in de aula van de Vrije Universiteit Amsterdam plaatsvinden.