Renée van Schoonhoven is benoemd tot hoogleraar Onderwijsrecht

Renée van Schoonhoven is benoemd tot hoogleraar Onderwijsrecht, met terugwerkende kracht vanaf 1 mei 2019 voor een periode van 3 jaar. De leerstoel is mede mogelijk gemaakt door de Stichting Bijzondere Leerstoelen Onderwijsrecht (SBLO). Daarin participeren Verus Vereniging voor Katholiek en Christelijk Onderwijs, het Landelijk Verband voor Gereformeerde Schoolverenigingen (LVGS), de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs VGS) en de VU-Vereniging.

04-06-2019 | 14:26

Waar staat Onderwijsrecht precies voor? 
“Bij onderwijsrecht gaat het over de juridische relaties in het onderwijs. Tussen scholen en ouders en leerlingen, maar ook tussen de overheid, schoolbesturen en de onderwijsinspectie. Om dat in goede banen te leiden is er wet- en regelgeving en vinden we houvast in de hoofdlijnen van relevante jurisprudentie. Dat alles vindt een belangrijke ankers in artikel 23 Grondwet waarin de vrijheid van onderwijs is opgenomen en in internationale verdragen dat het recht op onderwijs garandeert. Bij onderwijsrecht gaat het zowel over concrete zaken zoals het eindadvies van de basisschool, de schorsing van een leerling, de lumpsumbekostiging of de fusie van een school, als over meer abstracte zaken als wetgevingskwaliteit en grondrechten.

Wat zijn enkele voorbeelden uit de realiteit, waarop Onderwijsrecht betrekking heeft? 
“Vorige zomer speelde de kwestie rond de diploma’s van VMBO Maastricht. De Inspectie had onzorgvuldigheden ontdekt waardoor honderden leerlingen in de zomervakantie extra toetsen moesten doen om alsnog hun diploma te krijgen. Onderwijsrechtelijk is dan de vraag: in welk opzicht was het handelen door wie onzorgvuldig, welke bevoegdheid had de Inspectie en vervolgens de Minister om examens ongeldig te verklaren? Er wordt nu voorgesteld om te komen tot een nieuwe wet met een aanvullend interventie-instrumentarium voor de Minister. Maar is dat wel nodig en levert het geen strijdigheid op met de onderwijsvrijheid?

Een ander voorbeeld en zelfs kernvraag binnen het Onderwijsrecht is: wie mag een nieuwe school starten en op welke gronden moet de overheid die school dan financieren, bijvoorbeeld in het voortgezet onderwijs. Scholen zijn nu óf openbaar óf moeten uitgaan van een erkende godsdienst of levensbeschouwelijke richting. Het kabinet wil dat laatste verruimen; álle goede voorstellen voor goed onderwijs zouden in het vervolg bekostigd moeten worden. De vraag is dan echter of dat verstandig is. Want een Ipad-school is vandaag misschien erg relevant, maar is dat over tien jaar nog steeds zo? Bovendien: móet de overheid gelet op de Grondwet dat soort scholen wel financieren? Onderwijsrecht moet ook naar dit soort vragen kijken en met antwoorden komen.”

Wat maakt Onderwijsrecht volgens u zo’n interessant vakgebied is? 
“Onderwijs is altijd mensenwerk en daarom geworteld in gemeenschappen. Mensen vinden het van waarde om er in te investeren, omdat het gaat om de jeugd en de toekomst. Het is nodig dat die waarde wordt erkend en dát gebeurt door met elkaar in het onderwijs voor goede wet- en regelgeving te zorgen. Organisaties zoals de VU Vereniging ondersteunen die invalshoek door deze leerstoel onderwijsrecht te faciliteren. Vandaag de dag is het onderwijsrecht écht in beweging. Het is niet vanzelfsprekend dat verworvenheden van de vorige eeuw zoals de vrijheid van onderwijs tussen nu en 2050 onaangetast blijven. Maar vooral omdat onderwijs mensenwerk is en niet louter een overheidsaangelegenheid kán zijn, is het nodig om die vrijheid te blijven koesteren.”