“Eens een dief, is echt niet altijd een dief”

Elanie Rodermond, verbonden als onderzoeker aan zowel het NSCR (Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving) als de VU, is genomineerd als Wetenschapstalent 2019. Een verkiezing die voor de vijfde keer wordt georganiseerd door het tijdschrift New Scientist. Een prestigieuze nominatie, maar waar het Rodermond vooral om gaat is dat ze hierdoor haar onderzoek met een breed publiek kan delen: “De relevantie voor de maatschappij is heel evident. Los van het feit dat het inhoudelijk interessant is, heeft het ook een maatschappelijke waarde.”

03-05-2019 | 14:56

Rodermond is van oorsprong journalist, maar als rechtsbankverslaggever voor een regionale krant kwam ze in aanraking met het vakgebied criminologie. Ze besloot het roer om te gooien en de opleiding Criminologie aan de VU te volgen. Daar raakte ze al geïnteresseerd in wat later een rode draad in haar onderzoek zou worden: “Er is best veel bekend over waarom mensen beginnen met criminaliteit, maar niet waarom ze er ook mee stoppen. Daar was ik nieuwsgierig naar.” Rodermond vertelt dat daar relatief lang geen onderzoek naar is gedaan, en dan met name op het gebied van vrouwen. Wat maakt nu dat vrouwelijke criminelen besluiten toch het rechte pad weer op te gaan? Wat blijkt; voor vrouwen gelden vaak heel andere factoren dan wordt gedacht. Dankzij zowel kwalitatief onderzoek (door onder andere interviews met ex-gedetineerden) en kwantitatief onderzoek (grote datasets), kwam Rodermond in haar onderzoek tot verrassende conclusies. Of beter gezegd; conclusies die niet eerder getrokken werden als het ging over het stoppen met criminele activiteiten bij vrouwen. 

“Preventieprogramma’s zijn vaak op een genderneutrale basis opgesteld. En je kunt je afvragen of dat dan optimaal is voor vrouwen.”

Hoe komt het eigenlijk dat daar eerder nog weinig onderzoek naar was gedaan? “De overgrote meerderheid van mensen die criminele activiteiten plegen is man,” zegt Rodermond. “Als we het hebben over detentiepopulatie - de mensen in de gevangenissen - dan schommelt het aandeel vrouwen rond acht procent. Wat interessant is aan deze groep vrouwen en belangrijk is in het bestuderen daarvan, is dat zij vaak de primaire zorg hebben voor kinderen. Vaak zijn het alleenstaande moeders, dus als ze in de gevangenis komen levert dat doorgaans grote problemen op. Dat levert ook veel risico’s op voor die kinderen.” 

Rodermond legt uit dat er behoorlijk wat vrouwen zijn die zich met criminaliteit inlaten, door allerlei factoren. En die criminaliteit loopt uiteen van diefstal tot moord. “Het is echt niet alleen maar een lippenstiftje stelen.” Haar uitgangspunt was dan ook dat vrouwen over het algemeen andere problemen hebben dan mannen. Ze hebben daarmee deels een ander pad naar criminaliteit en komen met stoppen ook andere obstakels tegen. “Preventieprogramma’s zijn vaak op een genderneutrale basis opgesteld. En je kunt je afvragen of dat dan optimaal is voor vrouwen of dat het toch anders moet worden aangepakt.” Rodermond verwijst daarbij naar de drie W’s waar vaak aan wordt gerefereerd: wonen, werk en wederhelft. De theorie is dat wanneer deze drie stabiel zijn, het vervolgens makkelijker zou moeten zijn om op het rechte pad te blijven. “Inmiddels weten we dat er meer nodig is. Bij vrouwen zag ik dat vooral de woning cruciaal is. Vaak hebben ze geen woning na detentie, terwijl dat op papier wel goed geregeld zou moeten zijn. Ik zag dat de kans op herhaling dan groter is.”

Daarnaast zag Rodermond ook dat een andere belangrijke factor om het leven weer op de rit te krijgen het hebben van betekenisvol werk is. Vrouwen die er niet in slaagden om te stoppen met criminaliteit, hadden vaak laagbetaalde banen of werkten in de prostitutie. Terwijl vrouwen die wél waren gestopt, juist betekenisvol werk hadden, structuur en een gevoel van eigen waarde. “Werk, het hebben van een stabiele relatie en kinderen, zijn dus niet factoren die op zichzelf zorgen dat de vrouwen stopten met criminaliteit. Terwijl dat vaak juist wel wordt gezegd. De meerderheid van deze vrouwen heeft kinderen. Dus als dat waar was, waren ze in eerste instantie niet in de gevangenis terecht gekomen. Dit onderzoek laat zien dat de exclusieve focus op werk en relatie ze niet verder gaat helpen. Er speelt veel grotere problematiek, zoals huisvestiging, drugsproblemen en trauma’s uit het verleden.”

“Ik heb niet de illusie dat politiek zich altijd laat leiden door wetenschap, maar in dit geval zou het onderzoek wel echt ergens toe kunnen dienen.”

Dankzij dit soort conclusies is dit onderzoek waardevol als het gaat over het tegengaan van criminaliteit onder vrouwen én voor het re-integratie-proces. Rodermond hoopt dan ook dat mede door haar onderzoek hier beter mee kan worden omgegaan. Ze ziet dat ook als een belangrijke taak als wetenschapper: de verbinding maken tussen de wetenschap en de praktijk. “Ik heb niet de illusie dat politiek zich altijd laat leiden door wetenschap, maar in dit geval zou het onderzoek wel echt ergens toe kunnen dienen,” zegt ze daarover. Naast haar onderzoek, spreekt ze ook regelmatig voor diverse instanties. Zo gaf ze laatst lezingen binnen het gevangeniswezen  en bij de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) en geeft ze in oktober een workshop over de bevindingen zodat mensen die hiermee te maken hebben het kunnen vertalen naar beleid en praktijk. Ook spreekt ze binnenkort met het gevangenisblad van Bonjo, de belangenorganisatie voor (ex)gedetineerden.

Rodermond zit dus niet stil, en gaat zelf ook de boer op om haar bevindingen te delen. “Ik snap dat niet al het onderzoek direct vertaalbaar is naar praktijk en beleid, maar wanneer dat wel zo is, vind ik dat je daar wel echt actief een bijdrage aan moet leveren. Je moet niet afwachten tot je wordt uitgenodigd, maar zelf contact leggen met instanties. Je moet zorgen dat de resultaten op de juiste plek terechtkomen. Dat vind ik echt belangrijk én leuk.”

Het is daarom dat Rodermond verheugd is met de nominatie van New Scientist, ook zodat ze criminologie op de kaart kan zetten. “Bij wetenschap denken mensen toch vaker aan de bèta’s. Maar in dit type onderzoek maken we gebruik van grote datasets, en doen we op de VU en het NSCR langdurig onderzoek, waarbij we veel mensen volgen over een langere tijd. We combineren statistische geavanceerde technieken met kwalitatief onderzoek. Daardoor kunnen we krachtige uitspraken doen.”

Wat staat er nog meer op de planning van Rodermond de komende tijd? Sinds haar promotieonderzoek is afgerond, richt ze zich op de levensloop van verdachten van terroristische misdrijven – zowel mannen als vrouwen, vertelt ze. Hiervoor haalde ze nog tijdens haar promotieonderzoek een subsidie binnen, en vorig jaar een tweede. “Het begon als een soort uitstapje naar een andere populatie, maar inmiddels ben ik betrokken bij verschillende onderzoeken naar daders en verdachten van deze extreme vorm van criminaliteit. Wat al mijn onderzoek bindt is die levensloopbenadering. Ik ben met name geïnteresseerd in het verbinden van de periode voorafgaand en ná detentie, en het stoppen met strafbaar gedrag. Eens een dief, is echt niet altijd een dief.”

Je kunt je stem op Elanie Rodermond tot en met 6 mei hier uitbrengen. Op 31 mei vindt tijdens New Scientist Live de spannende bekendmaking van de verkiezing plaats. De vijf onderzoekers met de hoogste score mogen tijdens het event hun onderzoek presenteren, voordat de winnaar bekend wordt gemaakt.