Bezoek Internationaal Strafhof 2012

Verslag door Anna Hulsebosch

Enkele dagen voor het bezoek van Crime Still Pays aan het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag, laat hoofdaanklager Luis Moreno Ocampo van zich horen via de Nederlandse media. “Nog dit jaar wordt Joseph Kony,  de leider van het Oegandese Verzetsleger van de Heer (LRA), opgepakt of gedood”, is zijn overtuiging.  De in maart uitgebrachte video over Kony’s misdaden, die wereldwijd massaal is bekeken, heeft volgens hem bijgedragen aan zijn taak: “een klein stuk zijn in een lange keten die leidt tot een betere wereld”. Op vrijdagochtend 18 mei staan 20 criminologen op de stoep van het torenhoge ICC om uit eerste hand te vernemen of en hoe het ICC (inderdaad) heeft bijgedragen aan een betere wereld.

Het bezoek begint in de ontvangsthal van het pand, waar een bijzonder vriendelijke dame ons uitlegt dat op dit moment maar liefst 121 landen een financiële bijdrage leveren aan het ICC en hulp bieden bij de opsporing van oorlogsmisdadigers. Hierdoor heeft het ICC o.a. 25 rechters en 500 onderzoekers, tolken, detentiemedewerkers en medewerkers slachtofferhulp in dienst kunnen nemen. Helaas hebben grote wereldmachten als de VS, China en Rusland zich  echter (nog) niet aangesloten. Het is de vurige wens van het ICC dat zij dit alsnog zullen doen, dan kunnen zij hun onderzoeks- en vervolgingscapaciteit verder uitbreiden.

Het bezoek wordt vervolgd in de perskamer, waar twee collega’s vertellen over de geschiedenis, jurisdictie en mandaat van het Hof, en lopende zaken en ontwikkelingen. Ze leggen ons uit dat het Hof een ‘court of last reort’ is: behandeling van zaken in het eigen land heeft nadrukkelijk de voorkeur.

Uit hun presentaties blijkt dat alle lopende zaken onderzoeken betreffen in Afrikaanse landen (Kenia, Ivoorkust, Congo, Sudan/Darfur). Ook strafrechtelijke onderzoeken uit het verleden hebben vrijwel exclusief betrekking op Afrikaanse landen. Waar komt deze 'Afrika-gerichtheid' toch vandaan? De medewerkers leggen uit dat dit allereerst komt doordat misdrijven in deze landen zijn aangeleverd door de VN Veiligheidsraad. In drie gevallen (Oeganda, Congo en Centraal-Afrikaanse Republiek) zijn zaken zelfs aangeleverd door het betreffende land zelf. Tot slot doorstaan vooral de Afrikaanse landen het ultimum remedium selectiecriterium. De medewerkers verwachten echter dat er de komende 20 jaar veel zaken uit andere werelddelen zullen worden aangeleverd en behandeld.

Een belangrijke taak van het ICC is het onderzoeken van de aangeleverde oorlogsmisdrijven. Dit gebeurt enerzijds door het bestuderen van reeds bestaande rapportages, zoals van de VN Veiligheidsraad en ngo’s. Aanvullend onderzoek door het ICC zelf, bijvoorbeeld door bevraging van getuigen, militairen en overheidsmedewerkers, blijft echter noodzakelijk. Onderzoekers van het ICC worden hierbij geconfronteerd met diverse uitdagingen. Hoe selecteer je bijvoorbeeld getuigen als er miljoenen slachtoffers zijn of juist slechts enkele overlevenden? Zijn getuigen wel in staat om de heftige ICC-procedure te doorstaan? En hoe kun je getuigen bereiken als er nog steeds conflicten gaande zijn in het betreffende land? Het wordt ons al snel duidelijk dat de onderzoekers in het veld onder primitieve en soms bedreigende omstandigheden hun werk moeten uitvoeren.

Heeft het ICC nu een preventief effect gehad op oorlogsmisdrijven? Helaas moeten de medewerkers ons daarop ‘nee’ antwoorden. Het ICC merkt de laatste 2 à 4 jaar wel dat de naamsbekendheid van het Hof is gegroeid, en dat er steeds meer zaken worden doorverwezen naar Den Haag. Maar om een afschrikwekkend effect te hebben op het plegen van oorlogsmisdrijven, zijn er toch eerst minimaal enkele afgeronde zaken en veroordelingen nodig.

Al met al ziet het ICC de toegenomen naamsbekendheid en de veroordeling van de Congolese oorlogsmisdadiger Thomas Lubanga als haar belangrijkste prestaties. De grootste teleurstelling zijn de landen die zich om politieke redenen terugtrekken. De toekomst van het ICC hangt volgens de sprekers af van van politieke ontwikkelingen en eigen verantwoordelijkheid van staten.

Het bezoek eindigt met een wandeling naar het zogenaamde ‘E-hof’: de rechtszaal, met daarin een overweldigende hoeveelheid camera’s en computerschermen. Op dat moment is helaas geen hoorzitting gaande, en dus blijft het bij een korte uitleg over het waarom van al die apparatuur en waarom er bij iedere zitting maar liefst 4 tolken nodig zijn. Voor de deelnemers én de thuisblijvers maakt dit alles wel mogelijk dat  je de opnamen van zittingen 30 minuten later gewoon thuis kunt bekijken! Ga hiervoor naar de website van het ICC: www.icc-cpi.int.