Sessie 1


Cowboys en consumenten, Algemene voorwaarden in een digitale wereld - prof. mr. Jacobien Rutgers

In dit college staat centraal de bescherming van de consument tegen oneerlijke of onredelijk bezwarende bedingen in overeenkomsten tussen consumenten en bedrijven via internet. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de nationale, de EU en de internationale situatie. In iedere situatie is de rechtsbescherming van de consument problematisch. Om dit op te lossen, zoekt men naar alternatieven. Tijdens dit college wordt besproken in hoeverre het voorkomen van reputatieschade een alternatief kan zijn voor het voorkomen van geschillen.

Prof. mr. Jacobien Rutgers is URC hoogleraar Europees privaatrecht. Zij heeft Nederlands recht gestudeerd aan de  Rijksuniversiteit Groningen. Nadat zij gepromoveerd is op ‘International Reservation of Title Clauses, A Study of Dutch, French and German Private International Law in the Light of European Law’ aan het Europees Universitair Instituut (EUI, Florence) in 1998, heeft zij vier jaar in de advocatuur gewerkt bij Houthoff Buruma. Vervolgens heeft zij aan de Universiteit van Amsterdam gewerkt als universitair hoofddocent (Europees en internationaal) privaatrecht.


Van een “algehele” naar  een “beperkte” gemeenschap van goederen in Nederland - mr. Bart Breederveld
In Nederland trouwen de meeste mensen in gemeenschap van goederen (70%). Na 180 jaar is echter vanaf 1 januari 2018 de wettelijke “algehele” gemeenschap van goederen vervangen door een “beperkte” gemeenschap als hoofdstelsel van het huwelijksvermogensrecht. De nieuwe wettelijke regeling brengt belangrijke wijzigingen met zich mee voor partners  die vanaf dit jaar met elkaar trouwen zonder het maken van huwelijkse voorwaarden. Tijdens het college wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling van het huwelijksvermogensrecht in Nederland, waaronder ook de parlementaire behandeling van de huidige wettelijke regeling, die op grond van een initiatiefwetsvoorstel is tot stand gekomen. Het college richt zich voorts op de belangrijkste wijzigingen en de gevolgen ervan voor (o.a.) de echtscheidingspraktijk in vergelijking met het “oude” recht, dat van toepassing blijft voor echtgenoten die vóór 1 januari 2018 met elkaar in gemeenschap van goederen zijn getrouwd, nu er voortaan sprake zal zijn van (meer) privévermogen van de echtgenoten.

Mr. Bart Breederveld is sinds 1979 advocaat te Alkmaar  (Rensen advocaten) en houdt zich met name bezig met advisering en procederen op het terrein van het afwikkelen van vermogen na scheiding en na overlijden. Hij is tevens  als docent verbonden aan de VU en doceert daar diverse vermogensrechtelijke vakken, waaronder goederen- en insolventierecht, alsmede enige huwelijksvermogensrechtelijke onderwerpen. Hij is als  een van de adviseurs van de initiatiefnemers van het wetsvoorstel tot beperking van de gemeenschap van goederen (33987) nauw betrokken geweest bij het wetgevingsproces leidend tot het in werking treden van de wet per 1 januari 2018. Voorts is hij Raadsheerplaatsvervanger in het gerechtshof Den Haag. In 2008 promoveerde hij aan de VU op het proefschrift, “De huwelijksgemeenschap bij echtscheiding, de omvang, de ontbinding en de verdeling bij echtscheiding.
Recente ontwikkelingen rondom het Nederlandse fiscale vestigingsklimaat -  prof. mr. Jaap Bellingwout
De laatste jaren is het internationale fiscale speelveld ingrijpend veranderd. De OESO heeft met het ‘Base Erosion en Profit Shifting’ (BEPS) project een nieuwe standaard gezet. De Europese Commissie heeft daarvan belangrijke delen overgenomen en er nog een schep bovenop gedaan. Nederland beweegt mee met deze internationale ontwikkelingen en ervaart tevens druk van binnenuit, met een fiscaal mondige oppositie in de Tweede Kamer. Wat betekent dit voor de aantrekkelijkheid van Nederland als vestigingsland voor met name grensoverschrijdende ondernemingen? Bellingwout schetst achtergronden en ontwikkelingen en werpt een blik vooruit op de wetswijzigingen die in aantocht zijn.

Prof. mr. Bellingwout is advocaat en belastingadviseur bij KPMG Meijburg & Co. te Amstelveen en hoogleraar Belastingrecht aan de Vrije Universiteit. Als belastingadviseur richt Bellingwout zich op beursgenoteerde internationale onder­ne­min­gen; daarnaast heeft hij als fiscaal adviseur van de Minister van Financiën en Economische Zaken van Aruba de belasting­her­vor­min­gen in 2003 en 2006 op Aruba begeleid, alsmede de besprekingen van Aruba met de OESO en de EU in het kader van harmful tax competition. Daarnaast is hij bij de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs lid van de Commissie Wetsvoorstellen, de Commissie Internationale Fiscale zaken en de Kerngroep 'Nederland Vestigingsland'. Met ingang van 1 maart 2015 is hij lid van de Commissie vennootschapsrecht. Deze commissie heeft tot taak de regering en het parlement te adviseren over wetgeving op het terrein van hee vennootschapsrecht en het rechtspersonenrecht in het algemeen. Bellingwout is in 1996 gepromoveerd op het onderwerp 'Zetelverplaatsing van rechtspersonen'. Zijn oratie (2004) had als thema 'Exitheffingen na De Lasteyrie'. Rode draad in de publicaties van Bellingwout vormen de onderwerpen op het snijvlak van belastingrecht en vennootschapsrecht.

Een herinterpretatie van de soevereiniteitsgedachte door de oorlog tegen het terrorisme -  prof. dr. Jan Willem Sap
Na de terroristische aanslagen op 13 november 2015 in Parijs, deed Frankrijk een beroep op artikel 42 lid 7 VEU inzake wederzijdse verdediging.  Wat is de betekenis van deze plicht tot collectieve bijstand? Is het recht op zelfverdediging ook van toepassing als de gewapende aanval afkomstig is van een netwerk van niet-statelijke actoren? In welke zin kan het leerstuk van de ‘Responsibility to Protect’  een aanvulling vormen op de traditionele soevereiniteitsgedachte?

Prof. dr. Jan Willem Sap
is universitair hoofddocent Europees recht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en hoogleraar Europees recht aan de Open Universiteit te Heerlen. Hij publiceert over Europees constitutioneel recht en recht en religie. Hij is voorzitter van de Vereniging Democratisch Europa.


Orde in het semipublieke domein: private en publiek-private regulering in juridisch perspectief - dr. mr. A.E. (Mandy) van Rooij
Veel plaatsen, die door particulieren worden beheerd, zijn voor het publiek toegankelijk. Te denken valt aan winkels, horecagelegenheden en (voetbal)stadions. In de openbare ruimte zorgt de overheid voor de handhaving van de openbare orde, maar in het semipublieke domein worden de particuliere beheerders daarmee geconfronteerd. Zij zoeken naar eigen sanctiestelsels, zoals stadionverboden voor hooligans. Dit roept juridische vragen op: hoe ver kunnen particuliere beheerders gaan om hun personeel en klanten te beschermen tegen de overlast van een ander en waar ligt hier een taak voor de overheid?

Mr. dr. A.E. (Mandy) van Rooij is werkzaam als universitair docent bij de afdeling Staats- en bestuursrecht bij de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de VU. In 2017 verdedigde zij aan de VU haar proefschrift ‘Orde in het semipublieke domein’. In hetzelfde jaar was Mandy betrokken bij een onderzoek in opdracht van Amnesty International over de integrale aanpak van terrorismedreiging en radicalisering. Zij verricht momenteel onderzoek in het onderzoeksprogramma ‘Public Contracts, Law and Governance’ naar de rechtsstatelijkheid van integrale, publiek-private handhavingssystemen.


De invloed van nationale en internationale samenwerking bij terrorismebestrijding op het strafrecht - prof. dr. Marianne Hirsch Ballin
Adequate terrorismebestrijding vereist een nauwe samenwerking tussen betrokken instanties, zowel nationaal als internationaal. Een strafrechtelijk opsporingsonderzoek begint veelal met informatie van inlichtingen- en veiligheidsdiensten en heeft vaak een grensoverschrijdend karakter. Wanneer kan informatie worden gedeeld? En welke middelen staan ter beschikking als het strafrecht nog niet kan worden ingezet, maar wel is vereist dat personen in de gaten worden gehouden? In dit college zal worden ingegaan op samenwerking bij terrorismebestrijding. In het bijzonder zal aandacht worden besteed aan de invloed van die samenwerking op de strafrechtelijke opsporing en vervolging van terrorismeverdachten.

Prof. dr. Marianne Hirsch Ballin is hoogleraar straf- en strafprocesrecht bij de Afdeling Strafrecht en Criminologie. Van november 2011 tot medio januari 2018 werkte zij als advocaat bij Pels Rijcken, met een focus op het strafrecht en het snijvlak tussen straf- en bestuursrecht. Marianne Hirsch Ballin is in 2012 gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht op het proefschrift Anticipative Criminal Investigation.Theory and Counterterrorism Practice in the Netherlands and the United States. In 2014 werd dit boek bekroond met de Siracusa-prijs van de International Association of Penal Law.

Sessie 2

Tussen Universalistische Aspiraties en Pluralistische Werkelijkheid: Over de Juridische en (Geo-) Politieke Uitdagingen van Internationaal Strafrecht en Mensenrechten - dr. mr. Marieke de Hoon
De afgelopen decennia heeft zich in de internationale betrekkingen in rap tempo een nieuw rechtsgebied ontwikkeld: straffeloosheid voor de ernstigste mensenrechtenschendingen is niet meer zomaar vanzelfsprekend, hoe lastig het ook is en blijft die ernstige misdaden te adresseren in het internationaal recht. In dit college zal Marieke de Hoon bespreken waarom dit zo lastig is en blijft, waarom Afrikaanse staten het Internationaal Strafhof (ICC) willen verlaten, hoe andere staten daarop reageren, wat het ICC daaraan probeert te doen, en op welke manieren dit relatief nieuwe deel van de internationale rechtsorde zich verder kan bestendigen in de toekomst.

Dr. mr. Marieke de Hoon is specialist in internationaal strafrecht, volkenrecht en mensenrechten en als Universitair Docent verbonden aan de rechtenfaculteit van de VU. Haar onderzoek betreft bijvoorbeeld de legitimiteitsproblematiek van het Internationaal Strafhof en de strafbaarstelling van “agressieve oorlog”. Daarnaast is zij Senior Counsel bij de Public International Law & Policy Group (PILPG) en Directeur van het Nederlandse kantoor van PILPG, waarmee ze ondersteuning geeft aan regeringen en niet-statelijke actoren in conflict en post-conflict situaties.


Gebruik van private regulering door overheden: hoe daarbij de democratische rechtsstaat en open markten te beschermen - prof. dr. A.R. (Richard) Neerhof
Zowel de nationale overheid als de Europese Unie maakt bij het vaststellen, uitvoeren en handhaven van wetten gebruik van normalisatie en certificering, twee belangrijke vormen van private of zelfregulering op markten. Er wordt in wetgeving naar normen verwezen en normalisatie-instellingen wordt opgedragen wettelijke voorschriften nader uit te werken. Zo verwijst Europese en nationale regelgeving bijvoorbeeld naar technische normen waaraan bouwproducten (bakstenen, dakpannen etc.) of constructies in de bouw (zoals woningen of schoolgebouwen) moeten voldoen. Certificaten worden door de wetgever soms verplicht gesteld (bijvoorbeeld voor windturbines) of erkend als bewijsmiddel dat aan een wettelijke eis is voldaan (dit geldt bijvoorbeeld voor bepaalde certificaten voor liften). Ook kennen bestuursorganen regelmatig relevantie aan certificaten toe bij de invulling van hun toezichts- en handhavingsbeleid: een bedrijf met een certificaat wordt dan minder gecontroleerd. Het gebruik normalisatie en certificering door de overheid is aantrekkelijk, omdat instellingen die normen vaststellen of certificaten afgeven kennis hebben, die overheden niet hebben. Toch zijn er risico’s. Vindt geen ongecontroleerde machtsuitoefening door kapitaalkrachtige marktpartijen plaats? Wie zit er aan tafel bij het vaststellen van normen of van richtlijnen die certificerende instanties toepassen: ook vertegenwoordiger van het midden- en kleinbedrijf, consumentenorganisaties en andere belangenorganisaties? Wordt voldoende gewaarborgd dat de normen geen technische onjuistheden of andere gebreken bevatten en dat certificaten betrouwbaar zijn? Welke mogelijkheden zijn er voor bedrijven of burgers om de gebreken in normen of certificaten effectief ter discussie te stellen, in het bijzonder bij de rechter?

Dr. A.R. (Richard) Neerhof (1964) is als hoogleraar bestuursrecht, in het bijzonder normalisatie, certificering en accreditatie, verbonden aan de afdeling staats- en bestuursrecht van de Vrije Universiteit Amsterdam. Richard studeerde juridische bestuurswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen (doctoraal 1989) en promoveerde in 1995 aan de zelfde universiteit op ‘Het geschil voorbij. Een studie naar de bruikbaarheid van bestuursrechtelijke jurisprudentie als kenbron van recht.’ Hij doceert op het gebied van het algemeen bestuursrecht en bestuursprocesrecht, bouwrecht, overheidsaansprakelijkheid en reguleringsvraagstukken. Kern van zijn onderzoeksactiviteiten betreft verdeling van verantwoordelijkheden en risico’s tussen overheid en private partijen bij marktregulering. Daarbij gaat de aandacht in het bijzonder uit naar normalisatie en certificering en de relatie hiervan tot wetgeving en besluitvorming door bestuursorganen. Richard was eerder werkzaam aan de universiteiten van Groningen, Maastricht en Utrecht en bij een adviesbureau op het gebied van het omgevingsrecht.

25 mei 2018? Profilering, privacy by design en andere noviteiten in de Algemene Verordening Gegevensbescherming - prof. mr. Arno. R. Lodder
Vanaf 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming van toepassing. Voor overheden en bedrijven betekent dit onder meer dat ze actiever moeten informeren over wat zij met persoonlijke gegevens doen. Ook moeten ze verantwoording afleggen over kwesties als met welk doel ze gegevens verwerken, op basis van welke grondslag, hoe de beveiliging is ingericht. Nieuw is het recht op vergetelheid en dataportabiliteit, gegevensbescherming by design en default, gegevenbeschermingseffectbeoordelingen, profilering, etc. De belangrijkste aspecten van deze invloedrijke regelgeving zullen worden belicht.

Prof. mr. Arno R. Lodder is hoogleraar Internet Governance and Regulation en Of Counsel bij SOLV advocaten. In zijn onderzoek en onderwijs richt hij zich op onderwerpen op het snijvlak van recht en internet, zoals aansprakelijkheid, contracteren, security, privacy, vrijheid van meningsuiting, cybercrime alsmede verschijnselen als big data, virtuele werelden, het internet van dingen en smartphones en apps. Hij schreef en redigeerde meer dan 30 boeken, waaronder voor een groter publiek Over de grenzen van het internet (2014) en II (2017).


Verbetering van de kwaliteit van bestuur en toezicht van semipublieke instellingen door het wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen? - mr. Helen Overes
Het wetsvoorstel lijkt sterk ingestoken door de wens van de overheid de kwaliteit van het bestuur en toezicht van instellingen (vooral stichtingen) die actief zijn in de semipublieke sector te verbeteren zodat publieke belangen beter kunnen worden geborgd. De behoefte aan regelgeving is ingegeven door de misstanden die zich de afgelopen jaren in de semipublieke sector hebben voorgedaan (Rochedale, ROC Leiden, Meavita). Ik zal ingaan op de vraag of en op welke wijze de voorgestelde maatregelen een bijdrage kunnen leveren aan de kwaliteit van het bestuur en toezicht van verenigingen en stichtingen.

Mr. Helen Overes is afgestudeerd aan de VU en gepromoveerd in 1995 op een onderzoek naar de besluitvorming van verenigingen en stichtingen in het bijzonder onderwijs.  Zij is thans als UHD Vennootschaps- en Rechtspersonenrecht werkzaam en in die hoedanigheid verzorgt zij onderwijs in de bachelor- en masteropleidingen rechtsgeleerdheid en notarieel recht. In haar onderzoek ligt de nadruk op het verenigingen- en stichtingenrecht in het bijzonder op verenigingen en stichtingen die actief zijn in de semipublieke sector.


Over verplichte excuses en spreekrecht - prof. mr. drs. Wouter Veraart
Empirisch-juridisch onderzoek naar slachtoffers is populair. In dat kader wordt vaak gepleit voor hervormingen binnen strafrecht en privaatrecht, bijvoorbeeld als het gaat om het spreekrecht van misdaadslachtoffers in de rechtszaal of om door de rechter op te leggen excuses bij geschillen in het privaatrecht. In deze cursus discussiëren we over de vraag in hoeverre afgedwongen excuses en een onbeperkt spreekrecht verenigbaar zijn met achterliggende waarden die aan ons rechtssysteem ten grondslag liggen.

Prof. mr. drs. Wouter Veraart is hoogleraar Encyclopedie der Rechtswetenschap en Rechtsfilosofie en hoofd van de Afdeling Rechtstheorie en Rechtsgeschiedenis aan de VU. In zijn onderzoek richt hij zich op de verhouding tussen recht en moraal, rechtsstatelijkheid en slachtofferschap en op de rol van recht bij het omgaan met groot onrecht uit het verleden.


Notarieel recht - spreker volgt